Ik zit in een neerwaartse spiraal en dat zal niet meer veranderen. Ik heb mijzelf erin gewerkt en geen idee meer hoe er uit te komen. Het leek allemaal zo simpel, ooit. Alleen elke dag die ik met hem samen heb doorgebracht heeft het meer gecompliceerd gemaakt. Ik geniet er te veel van als hij me vasthoudt. En mis elk moment dat hij niet bij me is. Hij laat me vliegen. En wetend dat de landing pijn gaat doen, vlieg ik liever nog heel even door.
Altijd als hij van me wegrijdt, en ik hem alweer mis, stel ik me voor hoe het wel zou kunnen zijn. Hoe het zou zijn als ik de zijne was, en hij de mijne. Dat hij zou blijven in plaats van wegrijden. Dat we samen een toekomst zouden hebben in plaats van een leugen. Al weet ik dat het niet kan. Want hij wil het niet. Hij maakt een keuze voor zijn veiligheid. Zijn leven. En ik snap dat. Maar nu nog even niet. Nu wil ik nog even bij hem zijn.
En elke keer ren ik weer naar hem toe. Omdat ik weet dat ik niet zonder hem kan. Omdat hij weet dat ik niet zonder hem kan. En omdat hij ook bij mij wil zijn. Eventjes dan. En ik ben op het punt dat het me niets meer uitmaakt. Als hij niet van me houdt, doet ‘ie maar alsof. Daar is hij tot nu toe best goed in geweest en ik kan de afwijzing toch niet meer verdragen. Ik blijf gewoon rennen. Naar hem. Zo hard dat stoppen niet meer mogelijk is. Ik lijk te vliegen.
Roekeloosheid overwint het van elke vorm van ratio. Gedachten vliegen door mijn hoofd, maar niets in mijn lichaam lijkt er nog naar te willen luisteren. Ik vlieg liever.